Pagina 20 van 27

‘Klar ist, dass …’

Een adjectief is vaak een parasiet die het merg zuigt uit het bijbehorende substantief. Zulke adjectieven zijn weasel words, wezel-woorden, een term die bijna honderdvijftig jaar geleden werd gemunt door Theodore Roosevelt. Wezel-adjectieven dienen om ideologisch geladen begrippen te neutraliseren. In het begrip ‘sociale markteconomie’ is het adjectief ‘sociaal’ zo’n wezel-adjectief omdat niemand weet wat er precies mee bedoeld wordt. Wezel-woorden verblinden de helderheid en schitteren door vaagheid. Roosevelt noemde ze naar de wezel, een dier dat een ei kan leegzuigen zonder de schaal te beschadigen. Bij uitbreiding is een wezel-woord gewoon een frase, een lege huls, een stoplap die je hanteert bij gebrek aan argumenten, in de trant van: ‘Zoals iedereen weet …’ en ‘het is duidelijk dat …’ Bijna alle politici zijn woord-wezelaars, maar niemand munt er meer in uit dan de Duitse sociaaldemocratische bondskanselier Olaf Scholz, die bijna elke zin, hoe leeg en duister de inhoud doorgaans ook is, begint met de woorden: ‘Klar ist, dass …’

MET KAFKA IN BERLIJN

BINNENKORT SPANNEND

Berlin-Steglitz, Rothenburgstraße, met zicht op de dwarsstraat: Zimmermannstraße. Het gaat om het erkerhoekhuis links. De foto is gemaakt naar een zeldzame ansichtkaart uit circa 1905. De foto hangt aan de muur van café Rothenburg-Eck, een Eckkneipe in de Muthesiusstraße 16-18. De kroegbaas heet Edis.

(Wordt vervolgd)

Over de auteur

Piet de Moor (14 juni 1950) is schrijver/publicist. Hij woonde in de jaren zeventig twee jaar in West-Berlijn en maakte diverse reizen door Rusland, Midden-Europa en de Balkan. Sedert 1 juli 2010 woont hij weer in Berlijn.

De kritiek over ‘Lettergrepen’ (literaire notities, 2013)
‘Met zijn talent voor welgemikte, gebalde formuleringen staat De Moor in de Nederlandstalige letteren ondertussen op eenzame hoogte.’ Frank Hellemans, Knack
‘Als “Lettergrepen” de aanzet is tot zijn literaire testament, zal de finale versie vele lezers verbluft achterlaten. Een literaire krachttoer.’ Wim Huyghebaert, Cutting Edge
‘Dat dit werk (…) een buitenbeentje is in de recente Vlaamse literatuur, doet geen afbreuk aan het feit dat het er een belangrijke plaats in verdient.’ Freek Adriaens, De leeswolf

De kritiek over het ‘De adamiet’ (roman, 2010)
‘Er fonkelt meer dan genoeg goud in De adamiet, de tweede roman van Piet de Moor. Deze novelle is verplichte literatuur voor wie geïnteresseerd is in de voortgang van de vaderlandse letteren’ (Michaël Bellon, De Standaard der Letteren, 7 januari 2011)

De kritiek over ‘Schemerland – Stemmen uit Midden-Europa’ (2005)
‘Piet de Moor hoort, met schrijvers als Hans-Magnus Enzensberger en Geert Mak, tot de selecte groep West-Europese intellectuelen die mateloos worden geboeid door lot en cultuur van het stuk Europa dat ingekneld ligt tussen Duitsland en Rusland’ – de Volkskrant
‘Verslavend mooi’ – NRC Handelsblad

De kritiek over ‘Grimmig heden. Een polyfonie’ (dagboeknotities, 2007)
‘Voor zichzelf heeft De Moor een doel geformuleerd: ‘schitteren zonder te verblinden’. In “Grimmig heden” heeft de auteur die ambitie briljant weten waar te maken.’ – de Volkskrant

Boekpublicaties

 Uit de dode hoek. De metamorfose van Midden-Europa (Meulenhoff, Amsterdam, 1992). Centraal-Europese essays, reportages, interviews.
Een masker voor de macht. Ismail Kadare, schrijver in de dictatuur (Van Gennep, Amsterdam, 1996). Derde editie: januari 2006.

Een Duitse vertaling van dit essay over de Albanese auteur Ismail Kadare (International Booker Prize 2005) verscheen onder de titel ‘Eine Maske für die Macht. Ismail Kadare, Schriftsteller in einer Diktatur’ bij de Zwitserse uitgever Ammann (januari 2006).
Recensie in de Neue Zürcher Zeitung van 19 december 2006
http://www.nzz.ch/2006/12/19/fe/articleeoed9_1.84240.html
De gelaarsde God. Stalin en de aura van de macht (Van Gennep/ Halewyck, Amsterdam, 2003). Tweede editie: maart 2003).
Schemerland. Stemmen uit Midden-Europa (Van Gennep, Amsterdam, mei 2005. Tweede editie: februari 06. Derde editie: juli 2006).
Hotel Silesia (Van Gennep, 2de editie 2008)
De adamiet (Van Gennep, 2010)
Lettergrepen (Van Gennep, 2013)
Berlijn. Leven in een gespleten stad (Van Gennep, oktober 2016, 4de editie februari 2017)
Hotel Europa. Beeld van een gespannen wereld (Van Gennep, januari 2018)

Trumps machtsgreep

Trump als de belichaming van het gesloten circuit van de macht. Het gaat om een macht die niet meer door deling en dosering – de scheiding der machten, de rechtsstaat – wordt afgekoeld, maar om een macht die, zodra ze zich roert, het staatkundige buizenstelsel van de natie onmiddellijk en overal verhit, verschroeit, verbrandt en in de as legt. In die fase, waarin de instellingen al zijn gesloopt, verkeert men al in het voorgeborchte van de dictatuur. Het is niet zeker of de Amerikaanse democratie Trumps inb(r)euken op de instituties overleeft. Gelet op Trumps poging tot machtsgreep tijdens de bekleding (of besmeuring) van zijn ambt biedt Bidens verkiezing geen enkele waarborg dat het gevaar is geweken.

Trump

Trump vertoont alle symptomen en reflexen van de in het nauw gedreven dictator. Onlangs zei hij dat hij in geval van een verkiezingsnederlaag het land misschien zou moeten verlaten. Dit betekent in klare taal: hij is bang voor eventuele misdaden vervolgd te worden als hij de macht moet afstaan. Dat is de ware reden waarom hij een verkiezingsuitslag die voor hem nadelig uitvalt nu al verwerpt. Trumps instinct zegt hem dat er geen retour is uit de fuik die hij voor zichzelf heeft uitgezet. Om te overleven heeft hij geen andere keuze dan zich te handhaven in de machtspositie die hij verworven heeft, met wat voor middelen ook.

Moet de Moor dubbelzelfmoord plegen?

Het wapen van het Duitse stadje Coburg is het mikpunt van twee lokale vrouwen die een petitie hebben opgesteld met het verzoek om de heilige Mauritius, beschermheilige van Coburg, uit het stadswapen te wissen. De heilige Mauritius is namelijk een zwarte, bijgenaamd de ‘Coburger Mohr’.

Die twee vrouwen vinden de zwarte beeltenis in het Coburgse stadswapen kwetsend en racistisch, een kolonialistisch stereotype, traumatiserend voor elke zwarte medemens.

Je zou kunnen tegenwerpen: gezien de Duitse geschiedenis in de twintigste eeuw siert het de stad Coburg dat ze sinds 1580 een zwarte beschermheilige in het stadswapen draagt, maar die redenering komt bij die twee vrouwen niet op.

Willen ze liever de snor en het pooierkapsel van Adolf Hitler in het stadswapen van Coburg? Die vraag is helemaal niet zo gek, want het waren uitgerekend de nazi’s die in 1934 vonden dat de beeltenis van een zwarte in een Duits stadswapen een affront was voor de Germaanse mens en dus gewist moest worden, wat ook gebeurde. Zo zie je maar in welk voortreffelijk gezelschap die vrouwelijke wereldverbeteraars van 2020 verzeild zijn geraakt. De zwarte Mauritius moest op de capitulatie van de nazi’s wachten om weer in het stadswapen van Coburg opgenomen te worden.

En wat staat mij, die zelf de Moor heet, nog allemaal te wachten? Ik hou mijn mailbox en brievenbus angstvallig in het oog, want elke dag verwacht ik uit Coburg een petitie waarin die twee vrouwen me duidelijk maken hoe getraumatiseerd ik ben door mijn naam en dat ik mezelf uit zelfrespect bij de burgerlijke stand moet aanklagen omdat ik als een de Moor en dus als een ongeluk voor mezelf op de wereld ben gekomen. Als dat niet helpt moet ik zeker mezelf uit de weg ruimen om de postkoloniale orde te herstellen.

En dan heb ik het nog niet over mijn voornaam gehad. Die kan ik maar beter verzwijgen, want als ook die in Coburg uitlekt zou ik ten overstaan van die Coburgse vrouwen dubbelzelfmoord moeten plegen om weer onder de fatsoenlijke mensen te mogen verschijnen.

Over kanonskogels en virussen

Als transportmiddel biedt een aerosol – grootte: tien micrometer – ruimte genoeg voor talloze honderd keer kleinere Sars-CoV-2-virussen, die erop plaatsnemen als talloze baronnen von Münchhausen op één kanonskogel. En zo trekken ze eensgezinde baantjes door het universum, nieuwe avonturen tegemoet.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 Piet de Moor

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑